Weblog

Kunnen we vooruitgang boeken en rap wat. Dat is de kwestie.

In deze weblog schrijft de RDA-voorzitter regelmatig over actuele zaken op het gebied van dierenwelzijn en samenleving. Hij doet dat op persoonlijke titel en geeft niet per se de mening van de Raad.

Dierenwelzijn in de kringlooplandbouw

Onlangs heb ik in de Volkskrant bepleit om in de kringlooplandbouw heel sterk in te zetten op dierenwelzijn. Dat heb ik bepleit omdat er voor die kringlooplandbouw een transitie nodig is en zoiets ingrijpends doe je niet iedere week. Zonder welzijn en gezondheid wordt de kringlooplandbouw de Nieuwe Nederlandse Elektrische Auto waaraan dan wel een wiel ontbreekt. Een gammel ding dus dat vanaf het prille begin steeds weer van de weg zal rollen.

Dat zou ik willen voorkomen. En vandaar mijn pleidooi om de strijdbijl te begraven en te overleggen. We hebben dit in de vorige eeuw eerder gedaan en niet zonder succes. Ook toen was de kritiek op de veehouderij verre van mals en ook toen werd er omstandig actie gevoerd waarbij de grenzen van de rechtstaat voortdurend werden beproefd. Polarisatie toen en nu is het niet anders.

Dierenrechten en de omverwerping van de veehouderij

Heeft het wel zin om mee te praten wanneer je de huidige situatie vanuit het dierenrechtenperspectief onrechtvaardig vindt en van mening bent dat de veehouderij geen bestaansrecht heeft omdat daarin de rechten van dieren systematisch en onvermijdelijk worden geschonden? Dus geen stapsgewijze welzijnsverbeteringen maar omverwerping van het systeem. Dat is de positie die Animal Rights inneemt met betrekking tot mijn artikel. Men wil wel dialoog[1] maar de strijdbijl begraven en het doel laten verwateren, dat niet. Met het gedachtegoed van Animal Rights over dierenrechten en de betekenis ervan kun je het eens zijn of niet maar de omverwerping van de veehouderij vanwege de intrinsieke waarde van dieren en de rechten die dieren hebben zal door velen niet worden begrepen. Als daarbij met de strijdbijl aan de randen van de rechtstaat wordt geopereerd, wetten worden overtreden, schade wordt aangericht, middelen worden ingezet die angst aanjagen, dan wordt het lastig om nog in gesprek te gaan over stapsgewijze verbetering van het dierenwelzijn. In feite maak je je dan hoe dan ook medeplichtig aan die verwenste praktijk waarin het lijden van dieren het keer op keer moet afleggen tegen gevestigde belangen, gerechtvaardigde verwachtingen, vaste gewoonten en internationale belemmeringen. Meedoen voelt dan nog steeds als onrecht, als verraad aan de dieren en aan jezelf.

Deuken in het pakje boter

En tegelijk staat ook wel vast dat je weliswaar een moreel verdedigbaar verhaal hebt over dierenrechten maar zelf geen deuk in een pakje boter zult slaan. Je zult jaren en jaren actie moeten voeren en als je niet uitkijkt de samenleving zelfs tegen je in het harnas jagen en in ongenade vallen. Ja het is ook heel goed mogelijk dat in de loop van de tijd je gedachtegoed draagvlak krijgt maar ondertussen schiet het niet op met het dier. Grote kans dat je net zo als die ploeterende welzijnsverbeteraars mislukt. Het is maar hoe je het bekijkt. Er komt een transitie. De veehouderij wordt niet omver geworpen. Er moet wel wat gebeuren en rap. Laten we ons verplaatsen in de positie van de strijders voor dierenrechten. Onder welke omstandigheden zouden we dan wel mee willen doen. Mee moeten doen wellicht. Laten we een poging wagen om die eens te benoemen.

In de eerste plaats

Zou ik alleen meedoen wanneer de overheid ons standpunt over de intrinsieke waarde en dierenrechten niet categorisch afwijst maar dat serieus neemt en je ook een podium geeft. Meestal doet de overheid dat wel als ze zien dat het maatschappelijke en politieke draagvlak groeit. Ik ben daarover wel hoopvol. Kijk voor de juridische positie van het dier naar de parlementaire behandeling van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, naar de Wet Dieren, het Verdrag van Lissabon en het Burgerlijk Wetboek. Onmiskenbaar versterking. Dat draagvlak komt er niet wanneer je boeren demoniseert, bedreigt en angst aanjaagt. Bereid je dan maar voor op tegenkrachten.

In de tweede plaats

Zou ik erkenning willen voor elementen die passen bij mijn opvatting, die weliswaar ook een stap voor stap karakter hebben maar die wel bijdragen aan het dierenwelzijn en de juridische status van dieren. Ik zou bijvoorbeeld ‘dieren in de grondwet’ op tafel leggen ook al omdat dit in andere verwante democratieën al is gebeurd en het politieke draagvlak daarvoor groeit. Niet dat er in die andere landen daardoor feitelijk ook maar iets is verbeterd, de kans erop neemt wel toe. Hier kan het beter gaan. We zijn graag vooruitstrevend. Zo ook voor de toekenning van subjectieve dierenrechten.

Tot slot

Zou ik voor de meest bekritiseerbare dierhouderijpraktijken een verbod aan de orde stellen wanneer substantiële verbeteringen worden afgehouden. Het kon bij nertsen en vossen (en daar werden welzijnsverbeteringen juist niet tegengehouden) het kan dus ook bij andere gevestigde praktijken. In de gesprekken over die praktijken slaag je er dan wel in om snel grote stappen te maken en aan je opvattingen kracht bij te zetten.

Zonder respect géén dialoog

Ik zou de strijdbijl begraven maar wel strijden. Dat betekent dat je de andere gesprekspartners serieus neemt en respecteert. De overige gesprekspartners mogen, nee moeten dat eisen. Zonder respect geen dialoog.

Ik zei ‘moeten doen’ omdat je zelfs dit op eigen kracht nooit en te nimmer zult bereiken.

[1] Dat leest U op www.animalrights.nl

Reactie toevoegen

U kunt hier een reactie plaatsen. Ongepaste reacties worden niet geplaatst. Uw reactie mag maximaal 2000 karakters tellen.

Uw reactie mag maximaal 2000 karakters lang zijn.

Reacties

Er zijn nu geen reacties gepubliceerd.