Dierenwelzijn bij herplaatsing grazers Oostvaardersplassen

De provincie Flevoland heeft de RDA gevraagd zijn zienswijze te geven op dierenwelzijn, diergezondheid en ethische aspecten van de herplaatsing van edelherten en konikpaarden in relatie tot afschot. Op 26 september heeft de Raad deze zienswijze toegelicht aan de commissie Duurzaamheid van Provinciale Staten Flevoland.

Achtergrond

De provincie Flevoland heeft besloten, in navolging van het advies van de commissie Van Geel, dat het droge deel van de Oostvaardersplassen een parkachtig landschap wordt. Deze keuze heeft consequenties voor de begrazingsdruk en derhalve voor de aantallen grote grazers in het gebied: beheer van het aantal dieren door alleen “natuurlijke processen” is niet langer een optie en het aantal grote grazers zal moeten worden beperkt door bijvoorbeeld afschot of wegvangen van dieren.

Terugbrengen grote grazers

Het advies van de commissie Van Geel dient nu als beleidskader voor het beheer van de
Oostvaardersplassen. Een van de punten uit het beleidskader is het terugbrengen van
het aantal grote grazers tot 1.100 om de variëteit aan vegetatie weer te laten toenemen
en de doelen op het gebied van Natura 2000 te kunnen halen. Vanaf 2019 blijft de
populatie op maximaal 1.500 grote grazers. Dit betekent dat de kudde edelherten op
korte termijn met minimaal 980 dieren moet krimpen, en de kudde konikpaarden met
minimaal 180.

Advies

De RDA concludeert dat herplaatsing van konikpaarden uitvoerbaar is als een aantal randvoorwaarden in acht wordt genomen en de bepalingen van de verordening ruimhartig en met grote zorg worden toegepast. Herplaatsing van edelherten heeft niet op voorhand de voorkeur van de Raad boven afschot. De onvermijdelijke inbreuken op het welzijn van de edelherten, in combinatie met een reëel risico op uitval tijdens transport en het perspectief om
bejaagd te worden op de nieuwe locatie, maken dat afschot van edelherten in de
huidige situatie acceptabel kan zijn.