"Er kunnen gegronde redenen zijn om in te grijpen bij de aanwezigheid van invasieve uitheemse diersoorten. Belangrijk is dat ook expliciet aandacht wordt besteed aan hun welzijn. Door preventie of vroegtijdig ingrijpen kun je vaak groter leed voorkomen en neemt ook de effectiviteit van de bestrijding toe. Daarop moet het beleid zich dan ook primair richten." Aldus Bastiaan Meerburg, voorzitter van het RDA-forum dat een zienswijze heeft geschreven over de aanpak van invasieve exoten in ons land: (Was)beren op de weg.
Invasieve exoten, zoals de Amerikaanse rivierkreeft, muskusrat of Amerikaanse stierkikker, zijn schadelijk voor ecosystemen en inheemse soorten. Sommige invasieve soorten zorgen ook voor schade aan de volksgezondheid, economie of infrastructuur in ons land. De druk van invasieve exoten op onze natuur en samenleving zal waarschijnlijk alleen maar toenemen. Het huidige beleid – gebaseerd op de Exotenverordening van de Europese Unie - verplicht lidstaten tot eliminatie en beheersing van verscheidene soorten. Ook ligt er sinds dit jaar een landelijk aanvalsplan van het ministerie van LVVN.
Fundamentele spanning
De omgang met invasieve uitheemse diersoorten maakt een fundamentele spanning zichtbaar in het natuurbeleid: de bescherming van ecosystemen en biodiversiteit enerzijds en het welzijn en leven van individuele dieren anderzijds. Daarbij roept het doden van dieren maatschappelijke weerstand op, met name bij ‘aaibare’ soorten zoals de wasbeer of Pallas’ eekhoorn. Ook gaat de bestrijding van sommige soorten gepaard met onbedoelde ‘bijvangst’, zoals bij de aanpak van muskusratten. Er ontstaan daarnaast dilemma’s voor wildopvangcentra, die hulpbehoevende invasieve dieren opvangen en verzorgen, maar daarna niet meer mogen terugzetten.
De Raad onderstreept in de zienswijze dat ingrijpen bij invasieve uitheemse diersoorten in veel gevallen verdedigbaar is, ook wanneer dit gevolgen heeft voor individuele dieren. Ook constateert de Raad dat het huidige beleid en bestuurlijke stelsel nog onvoldoende zijn toegerust voor deze problematiek. Ook de ontwikkelingen op het gebied van diervriendelijke methoden verlopen traag. Bovendien zijn verantwoordelijkheden, kennis en capaciteit versnipperd over verschillende bestuurslagen.
De zienswijze is opgesteld op verzoek van de voormalige ministers Piet Adema (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) en Christianne van der Wal (Natuur en Stikstof). Vanmiddag hebben RDA-voorzitter Henk Jan Ormel en forumvoorzitter Bastiaan Meerburg de zienswijze aangeboden aan Mark Roscam Abbing, waarnemend directeur-generaal Natuur van het ministerie van LVVN.
V.l.n.r. Henk Jan Ormel, Bastiaan Meerburg en Mark Roscam Abbing