Mijn oma is dement, al zo’n vijftien jaar. Ze weet niet meer wie ik ben en woont op een gesloten afdeling van een verpleeghuis. Dat was een gedwongen opname, omdat ze thuis steeds wegliep. Ze wilde “naar huis”, riep ze dan tegen mijn opa. Soms werd ze, een uurtje fietsen verderop, door de politie teruggebracht, compleet verdwaald en in paniek. Het was niet veilig meer.
In het verpleeghuis kan ze nog wel uit haar kamer, de galerij op, dus dat doet ze ook. Dezelfde rondjes lopen, dag in dag uit. Want ook na al die jaren wil ze nog steeds weg. Het meest wrange is dat ze vroeger zei: “Als ik dement word, hoeft het voor mij niet meer. Dan wil ik euthanasie.” Alsof ze wist wat er ging gebeuren. Maar inmiddels is ze al lange tijd wilsonbekwaam. Wij als familie mogen de keuze niet voor haar maken. En dus blijft ze leven in een bestaan dat ze helemaal niet wilde.
Bij dieren gaan we daar heel anders mee om. Mijn paard Gio had twee hartafwijkingen, de ziekte van Lyme en peesblessures aan beide voorbenen. Hij liep niet zuiver, maar dat hoefde ook niet voor een paard dat met pensioen was. Toch was Gio een paard vol leven. Lief, energiek, vol karakter. Een blij paard.
Op een dag schrok hij en rende dwars door de afrastering heen. Daarna was hij ineens veel kreupeler. Hij ging vooral liggen en wilde nauwelijks meer opstaan. De dierenarts kwam en zei eigenlijk direct: het is klaar. Gio moest zo snel mogelijk inslapen. We kregen geen keuze. Dit was humaan, volgens de dierenarts. Twee dagen later was het zover.
Normaal gesproken was hij rustig bij de dierenarts. Maar op het moment dat die arriveerde, stond Gio op. Er kwam paniek in zijn ogen. Alsof hij wist wat er ging gebeuren. Zijn dood was niet rustig. Niet zacht. Niet vredig. Hij vocht tot het einde.
Pijnlijke dood
Sindsdien kijk ik anders naar euthanasie. Niet omdat ik denk dat euthanasie bij dieren nooit goed is. Ik heb ook dieren zien sterven waarbij dat wel passend was. Bijvoorbeeld bij mijn hond met een ernstige hartafwijking. Het was met medicatie nog jaren gerekt, maar op een gegeven moment was hij op. Of bij onze kip die een ziekte had waardoor ze verlamd was, en onder de tumoren zat.
Situaties waarin bij mensen ook euthanasie zou worden aangevraagd, of palliatieve zorg zou worden gegeven met morfine. Dan voelt het als helpen bij een proces dat al begonnen is. Maar bij Gio voelde het anders. Hij lag voornamelijk, maar straalde nog wel kracht uit. Hij was nog niet ‘op’.
Bij dieren hoor je vaak: “Beter een week te vroeg dan een dag te laat.” Dat klinkt barmhartig. En soms is dat het ook. Maar in die zin zit ook een grote aanname: dat het voorkomen van lijden altijd belangrijker is dan het voortzetten van leven. Ook wordt er vaak aangenomen dat dieren de dood toch niet begrijpen. Maar is dat eigenlijk wel zo? En zelfs als een dier de dood niet begrijpt zoals wij dat doen, betekent dat dan dat het geen wil heeft om te leven?
Misschien moeten we niet alleen kijken naar diagnose, prognose en pijn. Misschien moeten we ook veel serieuzer kijken naar het dier zelf. Naar gedrag, aanwezigheid en emotie. Naar de vraag of een dier nog naar het leven toe beweegt, of zich juist terugtrekt. Misschien moeten we bij dieren vaker nadenken over palliatieve zorg. Over begeleiding van het sterfproces. Over pijnstilling, rust, nabijheid en tijd. Niet als een standaard alternatief voor euthanasie, maar wel als een reële optie.
Sterfproces
We zijn als mens geneigd om het sterven te zien als een lastig proces. We vermijden ‘t het liefst. We praten liever niet over de dood en gebruiken eufemismen zoals inslapen. Maar is het aan ons om een sterfproces over te nemen? Moeten we het per se stoppen? Is het nodig om niet te lijden, of is het leed dat het sterfproces heet gewoon een onderdeel van het leven? Misschien is het sterven wel een proces dat nodig is om de wil om te leven los te laten. Misschien verwarren we soms ook ons eigen ongemak met mededogen.
Dat geldt niet alleen bij dieren. Ook bij mensen vinden we lijden ingewikkeld, maar daar reageren we vaak precies andersom. We beschermen dan het leven, ook wanneer de vraag opkomt of dat leven nog overeenkomt met de wens, waardigheid of beleving van de patiënt zelf. Bij wilsonbekwaamheid is voorzichtigheid begrijpelijk. Niemand wil dat er te makkelijk over een leven wordt beslist. Maar ook niet-ingrijpen is een keuze.
Euthanasie is niet automatisch humaan omdat het lijden voorkomt; niet-ingrijpen is niet automatisch humaan omdat het leven beschermt. In beide gevallen kunnen we te vroeg zijn, of te laat. In beide gevallen kunnen we handelen uit liefde, uit angst, uit ongemak, uit overtuiging, uit gewoonte.
De vraag is dus niet alleen: mogen we doden? De vraag is ook: wanneer denken we te mogen bepalen dat een leven voltooid is? Wanneer vinden we lijden erger dan sterven, of andersom? En hoe luisteren we naar iemand die niet (meer) in onze taal kan zeggen wat hij of zij wil?
Mijn oma blijft leven. Mijn paard moest sterven. In beide situaties werd er namens iemand anders besloten wat humaan was. En in beide situaties blijf ik achter met de vraag: hebben we werkelijk geluisterd naar het wezen om wie het ging?

Jong RDA-lid Carmen Norder heeft dit blog geschreven op persoonlijke titel. Het geeft dus niet de mening van de Raad weer. Carmen studeerde econometrie en operationele research aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. In 2025 startte zij haar onderneming Vies Paard, waarmee zij zich inzet voor de verbetering van paardenwelzijn.