De Europese Unie heeft onlangs een nieuwe wet aangenomen: termen als 'plantaardige kip' of 'vegan biefstuk' horen volgens Brussel niet thuis op voedselverpakkingen. Het centrale argument is consumentenbescherming. Labels zouden de feitelijke inhoud van een product moeten weerspiegelen om misleiding te voorkomen. 

Welke misleiding? Ik kan me niet voorstellen dat producenten klachten ontvangen over verkeerd begrepen producten. Bovendien zijn ze heel duidelijk over wat ze verkopen: een plantaardige versie van een bestaand dierlijk product. Bij ‘plantaardige plakken’ wordt dat ineens al een stuk lastiger.  

Toch is het idee achter de wet een interessant vertrekpunt, zeker als we kijken naar de invloed van taal op ons denken. De filosoof Wittgenstein stelde: "De grenzen van mijn taal duiden de grenzen van mijn wereld." We zien taal vaak als neutraal gereedschap, maar in werkelijkheid is taal de mal waarbinnen wij de wereld begrijpen. Neem bijvoorbeeld het verschil tussen de Nederlands en Spaanse taal. Waar wij zeggen "Ik heb de trein gemist" (een actieve handeling), zeggen Spanjaarden "se me escapó el tren" (de trein is aan mij ontsnapt).

Dezelfde situatie, maar een totaal andere perceptie van verantwoordelijkheid. De taal die we kiezen, bepaalt welk deel van de werkelijkheid we belichten en welk deel we in de schaduw laten staan. Als de EU impliciet stelt dat woorden onze perceptie van de werkelijkheid sturen, dan moeten we die logica consequent durven doortrekken naar de rest van het winkelschap.

Neem bijvoorbeeld het 'Beter Leven'-keurmerk. Taalkundig is het sterk omdat het een beeld creëert dat de consument direct geruststelt. Maar voor een vleesvarken betekent die ene ster vaak niet meer dan een verschuiving van 0,8 naar één vierkante meter betonnen leefruimte. En de eindbestemming voor elk varken blijft toch de ‘C02-bedwelmingskamer’. Daar ondergaan de dieren de effecten van een hoge dosis stikstofgas die hun ogen en luchtwegen sterk prikkelt en een brandende sensatie op de huid veroorzaakt. De dieren vertonen hierbij een hevige, naar adem snakkende reactie voordat zij uiteindelijk door zuurstofgebrek het bewustzijn verliezen en sterven. De term ‘beter leven’  - volgens mij is ‘minder slecht leven’ toepasselijker - fungeert als een morele blinddoek die de harde werkelijkheid van het in mijn ogen wrede systeem en bijbehorende dierenleed afdekt.
 

We kunnen nog een stap verder gaan dan de verpakking, namelijk naar de meer technische taal van de sector zelf. Neem de term 'couperen'. Een woord dat de meeste consumenten waarschijnlijk nooit zijn tegengekomen. Het beschrijft een standaard praktijk in de Nederlandse varkenshouderij: het onverdoofd afbranden van de staartjes van pasgeboren biggen (waarbij ook meteen de tanden worden afgeknipt of geslepen). Het klinkt als een steriele, medische ingreep. In werkelijkheid is het rauwe symptoombestrijding: omdat varkens worden gehouden in een omgeving die zo tegennatuurlijk en stressvol is dat ze uit pure frustratie elkaars staarten afbijten, verwijderen we die simpelweg. Door deze pijnlijke ingreep te verpakken in het klinische woord 'couperen', reduceren we een structurele verminking tot een acceptabele procedure.

Ook de visuele taal op verpakkingen werkt als zo’n mal. Idyllische afbeeldingen van grazende koeien op zonovergoten weides vormen het kader waardoor wij naar melk en vlees kijken. Als we 'plantaardige biefstuk' misleidend vinden omdat de fysieke inhoud (de koe) ontbreekt, waarom vinden we die weides dan niet misleidend? De meeste koeien staan in werkelijkheid namelijk het grootste deel van het jaar gewoon binnen, in een stal op een betonnen vloer.

Het besluit van de EU om taal op verpakkingen te reguleren, biedt een eenzijdig maar ook kansrijk vertrekpunt voor een eerlijker gesprek. Ik moedig taalkundige transparantie van harte aan, maar dan wel daar waar we volgens mij echt van slachtoffers kunnen spreken. Consumentenbescherming vereist dat we niet vallen over 'vegan kipstuckjes', waarbij de klant heel goed weet wat hij koopt, maar dat we de eufemismen van de bio-industrie durven te bevragen.

Zwitserland bewijst dat dit kan: daar moeten etiketten vermelden of er pijnlijke procedures zoals onverdoofd couperen of castratie hebben plaatsgevonden. Dát is de taal die de grenzen van de belevingswereld van de consument echt verlegt. Pas wanneer de taal van de koeienstal even transparant is als die van de plantaardige biefstuk, krijgt de consument werkelijk de kans om de wereld te zien zoals zij is.
 

Jong RDA-lid Simon van de Kimmenade heeft dit blog geschreven op persoonlijke titel. Het geeft dus niet de mening van de Raad weer. Simon heeft een achtergrond in geschiedenis en filosofie. Op dit moment werkt hij als AI-consultant.